In ons verpleeghuis, waar mensen wonen met een niet- aangeboren hersenletsel, is het meestal zo dat je iemand tientallen jaren de zorg en begeleiding verleent. Hoelang je deel uit maakt van de dagelijkse zorg voor iemand wordt bepaald door het aantal jaren dat je in hetzelfde huis blijft werken. Onze bewoners komen vaak bij ons terecht in de bloei van hun leven. Door een CVA, geweld of ongeval.  

Van de een op andere dag zal het leven van iemand die zoiets overkomt nooit meer hetzelfde zijn. En natuurlijk heeft dat grote weerslag op de naaste familieleden en betrokkenen van deze mens. Het is een levend verlies voor alle betrokkenen.

Als de mens met het letsel nog genoeg cognitiviteit heeft om te beseffen wat hem of haar is overkomen, volgt er een zwaar gevecht. Hoe in vredesnaam moet je dan verder kunnen leven met al je nieuwe beperkingen en lichamelijke ongemakken, je denkvermogen dat niet meer functioneert als voorheen met alle gevolgen van dien zoals, geheugenverlies, verandering in persoonlijkheid, angst en agressie. Vaak niet meer kunnen spreken en niet meer kunnen zeggen wat je wil. Hoe zwaar moet dat wel niet zijn?

Levenskracht

Toch zie ik bij al onze bewoners een enorme wil en kracht om te leven. En wordt er samen met ons als verzorgers en alle andere disciplines gezocht naar toch nog een waardevolle zingeving in het nieuwe leven waar niet om is gevraagd. Onze bewoners vergelijk ik dan ook wel eens met Etty Hillesum, de naam van de sterke vrouw die ons huis met trots mag dragen. Etty die in de concentratiekampen toch een weg vond om dicht bij zichzelf te blijven en om haar diensten te verlenen voor haar medegevangenen. Ook zij kwamen ongewenst en onterecht in de erbarmelijke omstandigheden terecht, die maakten dat hun leven óf eindigde óf nooit meer hetzelfde werd.
Onze bewoners laten diezelfde kracht zien als Etty, volgens de boeken die zijn geschreven door en over haar.

Hartsverbinding

Doordat wij jaren meelopen, groeien en ontwikkelen met onze bewoners, gebeurt het vaak dat er een diepe verbinding vanuit het hart ontstaat tussen zorgvrager en zorgverlener.
Er zijn dan genoeg momenten waarin de rollen wegvallen en we gewoon mensen zijn die onder verschillende omstandigheden met elkaar in liefde verbonden zijn.
Tijdens de opleiding en vaak ook als feedback, kreeg ik regelmatig te horen dat ik te betrokken was. En als je beseft dat je bewoners in je dromen en verhalen voorkomen in je privéleven, dan zal dat ook wel zo zijn. Maar hoe schakel je dat uit?
Ik probeer het door weer meer te gaan leven naar hoe ik het echt wil. Mezelf te zijn in alle omstandigheden ongeacht wat anderen dan van mij vinden. Dat is soms best heftig in het dorp waar ik ben geboren en getogen. Uit de kudde stappen is dan ook alleen mogelijk met veel kracht. Maar mijn bewoners laten mij elke dag zien dat het leven te kwetsbaar is om niet jezelf te zijn. Dat het uit je comfortzone stappen ruimte maakt voor ontwikkeling en groei. Eigenlijk voel ik mij bijna verplicht aan mijn bewoners om het leven te leven vanuit mijn hart en ziel. Het zal alleen maar levensgeluk brengen door je ware zelf te zijn.

Petra

Vanaf het begin, nu al weer bijna 4 jaar geleden, was er direct een klik tussen Petra en mij. Ze viel mij op door haar houding, recht en fier, haar geïnteresseerde blik en ogen die door mij heen prikten. Ondanks haar beperkingen zat daar een sterke vrouw.
In deze vier jaar was het elke dienst weer een feestje om haar te verzorgen, ze was ad rem, goudeerlijk, confronterend, lief en sterk maar ook soms verdrietig, kinderlijk en stuurs. Ze was gewoon mens met al haar aspecten die zij ons toonde.
Wat bijzonder was, is dat zij de zorgverleners altijd zag als mens en oprecht in ons geïnteresseerd bleef.
Als zij angstig was, vroeg zij mij of ik haar goed wilde verzorgen en geen pijn wilde doen.
Dat was voor mijn collega’s en mij een vanzelfsprekendheid natuurlijk.
En op haar vraag 'houd je van mij?', antwoorde ik vanuit het diepst van mijn hart 'ja, heel veel!'.

Laatste dagen

Toen haar einde naderde zat ik bij haar omdat zij het laatste stukje loslaten eng vond.
Ze keek in mijn ogen en hield haar blik strak op mij gericht. Zachtjes streelde ik haar voorhoofd en fluisterde lieve woordjes. Zo is zij bij ons weggegleden en in de nacht van ons heengegaan.
Ik voel verdriet om haar, het zal in ons huis nooit meer hetzelfde zijn. Maar in haar geest ga ik verder, krachtig en fier met mijn neus in de wind. Ik kijk nog één keer naar haar als ze daar zo stil en bleekjes ligt. Het lichaam is leeg, haar spirit is weg.
In welke opdracht of boek leren wij als zorgverleners hoe wij om moeten gaan met verlies?

Dag lieve Petra, je zit voor altijd in mijn hart.

(Geplaatst met toestemming van de familie)

Door: Nationale Zorggids / Willeke Schilder